Arte Rupestre. Patrimonio de La Humanidad UNESCO
Het Maestrazgo gebied is al sinds de prehistorie bewoond geweest, zoals wordt bewezen door de talrijke archeologische vindplaatsen die men in ons gebied kan aantreffen.
De pictografiën die verspreid in het oosten van het Iberisch Schiereiland worden aangetroffen, staan bekend als ''Arte Levantino'' en zijn door de UNESCO tot Werelderfgoed verklaard. De prehistorische schilders kozen beschutte plekken die zich openden op de zonbeschenen hellingen of rotswanden en in het bijzonder welke een gunstige ligging hadden, vanwege de nabijheid van waterbronnen of een ruim uitzicht op het omliggende terrein.
Veel dan deze plekken bevinden zich in een vrijwel ondoordringbare omgeving en ver van de valleien, op hoogtes die variëren tussen de 300 en 1000 meter boven zeeniveau, zoals de Barranco de la Valltorta.
Op deze plaatsen en grotten zijn jachttaferelen te bewonderen, dieren, boogschutters en vrouwelijke figuren. Ze vormen kunstwerken die de levenswijze en de zorgen weergeven van de bevolking die deze streek duizenden jaren geleden bewoonde.
De Barranco de la Valltorta bevindt zich in het gemeentelijk grondgebied van Albocàsser, Tírig en les Coves de Vinromà, en wordt beschouwd als een van de belangrijkste kernen van rotstekeningen in de open lucht ter wereld.
Orde der Tempeliers
De herovering door de christenen van de gebieden en de noodzakelijke herbevolking en onderhoud werd in handen gegeven vande Militaire Ridderordes. In 1196 krijgt de Orde der Tempeliers het bewind over deze streek en voert een aantal Concessies uit, territoriale verdeling verenigd onder de ijzeren discipline van de organisatie, waarvan de Maestre aan het hoofd stond. Van dit woord stamt de naam Maestrazgo af.
Collectieve krijgshandelingen, vrijstellingen, belastingen, immuniteit voor schurken en moordenaars.. De grens met de Islam wordt een toevluchtsoord voor personen die voor hun verleden op de vlucht waren: moordenaars, dieven, mensen met schulden, personen zonder verwantschap. Er onstaat een ''voor de oorlog georganiseerde samenleving'' die de basis legt voor de structurering van het gebied en de economische benutting ervan.
De Tempelorde wordt ontbonden in 1308 en na gewelddadige opstanden in de zone gaan haar bezittingen over tot de Ordes van San Juan van Jerusalem of de Orde van het Hospitaal.
Enige tempeliersplaatsen:
De Islam in Spanje
De Mark is de territoriale en administratieve verdeling die de moslims invoerden om het gebied beter te kunnen controleren. In Al Andalus waren er drie marken: De Bovenmark, met hoofdstad Zaragoza en die het grootste deel van het huidige Aragon bestreek, samen met gebieden die nu behoren tot Navarra, La Rioja of Catalonië; de Middenmark met hoofdstad Toledo, waartoe het zuidelijkste deel van Aragon behoorde (Teruel en Albarracín), en de Benedenmark in het zuidwesten van het schiereiland.
Rond 714 stichtte de arabier Tarik de eerste stedelijke nederzetting, een kleine moslim nederzetting gelegen op het hoogste gedeelte van de heuvel en Tirwal genaamd, wat uitkijktoren of militair bastion betekent. Daarna behoorde het tot het Moorse rijk van Albarracín. De aanwezigheid van de Islam in Aragon dateert van 714 en duurt tot 1171, jaar waarin de gebieden van Teruel worden heroverd. Volgens een legende kwamen de troepen van de koning bij de plaats waar nu de stad Teruel zich bevindt, na een wilde stier te hebben achtervolgd waarboven een ster zich met dezelfde snelheid meebewoog. De oorsprong van de naam van de stad is niet duidelijk. Er zijn personen die zeggen dat Teruel van de naam Tirwal komt, maar anderen beweren dat het de verbinding is van de aragonese woorden Tor (stier) en Uel (ster).
Teruel en Albarracín waren een onafhankelijke rijk van het Kalifaat van Cordoba dat behoorde tot de familie Beni Razin, waarvan zijn huidige naam is te danken. Onder Ibn Ammar bereikte dit gebied een grote pracht en weelde, en vormde een centrum van cultuur en verfijning.
Burgeroorlog: Aragón en bondenheid
De opstand van juli 1936 deed zich gelden in het gebied in de eerste dagen, gevolgd door talrijke afrekeningen en represailles. Iets later kwam de macht in handen van de tegenstanders door de komst van colonnes van anarchistische miliciens. Het machtsvacuüm dat ontstond door het verslaan van de opstandelingen maakte het mogelijk dat Catalaanse syndicalisten en anarchistische leiders uit Zaragoza het collectivisme instelden: los van de republikeinse Staat werden revolutionaire comité's gevormd, beschermd door de miliciens van de CNT (anarchistische vakbond).
Het Libertaire Communisme en zijn collectieven: De invoering van een niuwe sociale en politieke orde, die men moet begrijpen in verband met de buitengewone omstandigheid van de burgeroorlog en niet als het resultaat van een gewelddadige oplegging in alle gevallen, werd vergezeld in andere gevallen door de fysieke eliminatie van grootgrondbezitters, industriëlen, falangisten, leden van de Acción Popular Agraria (Agrarische Volksactie) en leden van de Kerk. Het proces van consolidatie van de collectieven kwam echter voortijdig tot zijn einde door factoren als het mislukken van pogingen van de regering om ze controleren, de onderlinge strijd tussen verschillende opvattingen omtrent de agrarische politiek en de organisatorische chaos.
In 1937 wordt El Maestrazgo de achterhoede van het republikeinse leger dat de stad Teruel innam na een bloedige strijd. De herovering van deze stad door het franquistische leger (22-2-38) vormde echter het begin van het ineenzakken van het front in Aragon en de inname van het hele gebied daarna. Het oprukken van het leger van Franco maakte zo een einde aan de revolutionaire experimenten, daarbij gebruik makend van bruut geweld en de verbanning van vele Aragonezen naar het buitenland.
Burgeroorlog en Verzet
Uit het Frans maquis=dicht struikgewas. Het was de uitdrukking die de Corsicanen gebruikten als zij, op de vlucht voor de justitie, zich verborgen in de bergen. In Spanje staat maquis voor de republikeinse guerrilla beweging die de gewapende strijd tegen het franquisme voortzette toen de burgeroorlog eenmaal beëindigd was. De beweging had een belangrijke aanwezigheid in de streken van Maestrazgo, Abarracin en Matarranya, waar de A.G.L.A. werd gesticht (Guerrilla beweging van Levante en Aragon).
De oorsprong van de maquis in Spanje waren kleine groepen strijders van het republikeinse volksleger, miliciens, deserteurs en anderen die het land niet konden of wilden verlaten na de val van de legitieme regering van de Republiek. In het begin waren ze strijders op de vlucht voor de onderdrukking van het Franco regime, die zich organiseerden in kleine guerrilla legertjes die clandestiene steun kregen in sommige plaatsen en over de grens vanuit Frankrijk.
De maquis bewogen zich vooral in berggebieden van het gehele schiereiland, want in de bergen was het moeilijker ze te lokaliseren en ze in een hinderlaag te lokken. Ze kenden de zones waar ze opereerden perfect, van waaruit ze zich af en toe in dorpjes en gehuchtjes waagden om contact te leggen met geallieerde agenten, zich te bevoorraden of aanslagen uit te voeren tegen militaire of civiele doelen, voornamelijk het ontvoeren of doden van militairen, de Spaanse politie en vooral verraders.
De propaganda van de regering van Franco, die ze brandmerkte als bandieten; de ontruiming door de militaire politie van uitgestrekte zones in de bergen waar zij steun ontvingen, waarbij men zo ver ging hele dorpen met geweld te evacueren (sommige nog steeds onbewoond); de oprichting van tegenbewegingen van guerrillagroepen door de politie en het leger, die hinderlagen legden en zich infiltreerden in de guerrilla groepen en de hoge beloningen voor het aangeven van een guerrilla strijder, medewerker of sympathisant, slaagden er in de loop der tijd in, een eind te maken aan deze antifranquistische beweging.
Veel guerrillastrijders en medewerkers werden op onrechtmatige wijze berecht en gefusileerd of jarenlang opgesloten in mensonterende omstandigheden. Er werden ook veel guerrillastrijders vermoord door de militaire politie daar waar ze werden aangehouden, door ze te laten vluchten en dood te schieten op hun vlucht.
Desondanks waren de maquis van de AGLA groepering actief van 1949 tot 1954.